Marinus Boezem: De Groene Kathedraal

De Groene Kathedraal (1996), Marinus Boezem. Foto: Jordi Huisman
De Groene Kathedraal (1996), Marinus Boezem. Foto: Jordi Huisman

Ambassadeurs Rianne Makkink en Jurgen Bey
Meer lezen en zien

In het geometrische polderlandschap van Flevoland staat een ‘gotische’ kathedraal. Geen hemelshoge stenen gewelven, metershoge glas-in-lood ramen met goddelijke taferelen of galmende koorgangen, maar een kathedraal gevormd door een groep Italiaanse populieren. Kunstenaar Marinus Boezem ontwikkelde in 1978 het idee voor dit Gotisch Groei Project. In 1987 plantte hij op uitnodiging van de ingenieurs van de Rijksdienst IJsselmeerpolders (RIJP) 178 populieren (Populus Nigra Italica) volgens de plattegrond van de Notre-Dame van Reims.

Tussen de bomen liggen betonnen paden die de ribben van de kruisgewelven weerspiegelen. De schelpencirkels rondom de bomen verwijzen naar de zee die daar ongeveer een halve eeuw geleden nog was. Boezem ziet de gotische kathedraal als hoogtepunt van het menselijk kunnen, net als de creatie van de polders van Flevoland op de bodem van de voormalige Zuiderzee.

Bereikbaarheid:

Ambassadeurs Rianne Makkink en Jurgen Bey

Rianne Makkink en Jurgen Bey. Foto: Sjoerd van Leeuwen
Rianne Makkink en Jurgen Bey. Foto: Sjoerd van Leeuwen

Rianne Makkink en Jurgen Bey hebben samen het architecten- en ontwerpbureau Studio Makkink & Bey in Rotterdam en de Noordoostpolder. Als ambassadeurs zetten zij zich in voor meer kunst in de polder.

RM: “Ik heb nog les gehad van Marinus Boezem in de jaren tachtig op de TU Delft. Hij gaf ruimtelijk ontwerpen. Boezem is de eerste die mij schaal heeft bijgebracht, die mij groot heeft leren denken. Dit zie je ook terug in De Groene Kathedraal. De land art werken in Flevoland zijn geen bescheiden kunstwerken, maar hebben een flinke, mooie maat.”

JB: “Persoonlijk vind ik De Groene Kathedraal echt het beste land art werk in Flevoland. Gewoon omdat het letterlijk over dat gaat wat een kathedraal is: de schoonheid van ruimte maken. En het werk geeft dat niet zomaar weg, maar maakt daar ook echt een mooi beeld van. De grootste grap is: ik ben er nog nooit geweest; maar sprookjes hoeven ook geen werkelijkheid te worden om te kunnen leven. En dat geldt ook voor dit werk. Het spreekt evengoed zeer tot de verbeelding.”

RM: “Ik zou ook heel benieuwd zijn hoeveel mensen het werk digitaal hebben bekeken: hoeveel bezoekers heeft dit werk dan? De focus ligt nu vaak alleen op letterlijke bezoekers. Maar je kunt De Groene Kathedraal ook bezoeken aan de hand van een boek of op internet. Op vergelijkbare wijze geeft een maquette je ook een gevoel voor schaal en een beleving. Boezem heeft mij ooit bijgebracht dat horizontale schaal iets anders is dan verticale schaal. Dit besef dat je ook iets in een andere realiteit kunt ervaren is echt fantastisch. Het is eigenlijk raar dat er zoveel alleen aan de fysieke realiteit getoetst wordt.”

JB: “De Groene Kathedraal laat ook zien dat er in de jaren tachtig nog ruimte was voor cultureel denken in de polder. Gewoon door veel ruimte in te nemen. Het zou een begin zijn om meer van dit soort werken in de Flevopolder te hebben. Hoe je het ook wendt of keert, hier is echt nog heel veel ruimte. De hele winter staat het land hier bijna leeg. En ik weet zeker dat op het gebied van Land Art hier nog veel mogelijkheden zijn. Maar op dit moment kan bijna niets in de polder, omdat het zogenaamd alleen economisch land is. Ik vind dat een omgekeerde mentaliteit. Je maakt eerst een beloofd land, dat je schetst en volgens een cultuur en economisch plan inlevert. Vervolgens krijg je het beschermde land en het wordt enkel en alleen economisch flink omgeploegd, zonder een visie of cultureel vergezicht er nog in te betrekken. Het gaat om de tweeledige schoonheid van het gebied: het land en haar verbouwen.”

RM: “De Noordoostpolder vraagt echt om een nieuwe visie, we zijn nu 65 jaar verder. Je kunt het niet alleen aan de economie overlaten. Er ligt wel een erfgoednota, er zijn wensen, maar geen richtlijnen, niemand heeft de regie. Terwijl deze polder is geboren uit totale regie. Het was een echte staatspolder, totaal gereguleerd tot in de jaren negentig. Tot aan de kleur grijs op de deuren aan toe.”

JB: “De polder is bij uitstek een landschap waar gepionierd wordt. Het is hoog tijd dat we hier nu ook cultureel gaan pionieren. Opdat het dan het land blijft van de vernieuwing.”

Meer lezen en zien

De Groene Kathedraal van Marinus Boezem. Foto: Vincent Wigbels
De Groene Kathedraal van Marinus Boezem. Foto: Vincent Wigbels

In het geometrische polderlandschap van Flevoland staat in Almere Hout een 'gotische' kathedraal. Geen hemelshoge stenen gewelven, metershoge glas-in-lood ramen met goddelijke taferelen of galmende koorgangen, maar een kathedraal gevormd door een groep Italiaanse populieren. Kunstenaar Marinus Boezem (Leerdam, 1934) ontwikkelde in 1978 het idee voor dit Gotisch Groei Project. In 1987 plantte hij op uitnodiging van de ingenieurs van de Rijksdienst Ijsselmeerpolders (RIJP) 178 populieren (Populus Nigra Italica) volgens de plattegrond van de Notre-Dame van Reims (1211-1290). Tussen de bomen liggen betonnen paden die de ribben van de kruisgewelven weerspiegelen. De schelpencirkels rondom de bomen verwijzen naar de zee die daar ongeveer een halve eeuw geleden nog was.

De transparante muren van de bijna volgroeide bomen ritselen in de polderwind. Kijkend door de toppen van de populieren is de eindeloze blauwe hemel te zien die de middeleeuwers probeerden na te bootsen met hun gotische gewelven. De gotische architectuur heeft een organische oorsprong. De stenen zuilen, de kruisribgewelven en de versierde kapitelen refereren aan boomstammen, takken en gebladerte. (1) De Groene Kathedraal is getransformeerd naar zijn oorspronkelijke inspiratiebron. Deze kathedraal symboliseert het verlangen om op te stijgen naar het goddelijke en het aardse achter zich te laten als een hedendaagse Icarus, net zoals de kunstenaar verlangt zich te ontterekken aan de traditie. (2)

Hoewel De Groene Katehdraal geen religieuze functie vervult en het geen centrale plek inneemt in het centrum van de stad, is de kathedraal van Boezem wel onderdeel van het culturele leven van Almere. Regelmatig worden er trouwceremonies en spontane muziekoptredens georganiseerd en in de zomer is het een geliefde plek om te picknicken. Boezem ziet de gotische kathedraal als hoogtepunt van het menselijk kunnen, net als de creatie van de polders van Flevoland op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Terwijl in Almere de architectuur in rap tempo aan de horizon verschijnt, is De Groene Kathedraal een langzaam organisch groeiende constructie. Boezem geeft de nieuwe stad een eigentijdse kathedraal: niet één die in honderd jaar gebouwd wordt, maar één die in enkele decennia met de stad mee groeit. In tegenstelling tot de 13e eeuwse Franse kathedraal die voor de eeuwigheid gebouwd is, heeft de kathedraal in Almere een tijdelijke symbolische functie. De specifieke populier is niet alleen gekozen vanwege het kaarsrechte, slanke en sierlijke silhouet en snelle groei, maar ook vanwege zijn levensduur van ongeveer dertig jaar. Wanneer de bomen na enkele decennia de hoogte van de kathedraal van Reims van dertig meter evenaren, sterven ze langzaam af.

Op de kavel parallel aan De Groene Kathedraal heeft Boezem de omtrek van de kathedraal van Reims uitgespaard in eiken- en beukenhagen. Terwijl De Groene Kathedraal langszaam vervalt, volgroeien de hagen rondom de 'negatieve' kathedraal. Binnen deze dichte en stille omheining blijft de herinnering aan de transparante en ruisende Groene Kathedraal levend. Hoewel De Groene Kathedraal als Land Art project wordt omschreven, staat Boezem ook wel bekend als 'ideeënkunstenaar'. Hij wil ideeën zo snel mogelijk omzetten naar een vorm en hij beperkt zich daarbij niet tot een bepaalde stijl of materiaal. Dit paste binnen de ontwikkeling van de internationale beeldende kunst in de jaren zestig van de vorige eeuw zoals Conceptual Art, Minimal Art, Arte Povera en Land Art.

In 1960 liet hij bezoekers op klapstoeltjes plaatsnemen op de dijk met uitzicht op de geconstrueerde polder van Asperen. Zo verklaarde hij de polder zelf tot kunst. (2) In 1969 hing Boezem als bijdrage aan de spraakmakende tentoonstelling Op Losse Schroeven in Stedelijk Museum Amsterdam beddengoed uit de ramen van de eerste verdieping. Hij liet letterlijk een frisse wind door de museumzalen waaien. De traditionele waarden van esthetiek en originaliteit verruilt hij voor herhaling van clichés en onorthodox materiaal. De kathedraal is voor Boezem een spiritueel logo en komt als vorm vaker terug in zijn werk. (4) Zo is bijvoorbeekld in de Kroondomeinen van het Loo in Apeldoorn het werk Kathedtraal (1999) in boomstammen te vinden en heeft hij op de dijk bij Neeltje Jans in Zeeland een kathedraal van rotsblokken gemaakt (Abri, 1994). (5)

Lees hier het NRC-artikel De geest wil vliegen; Gesprek met Marinus Boezem over zijn Groene Kathedraal

Locatie: Kathedralenpad (bereikbaar via Tureluurweg), Almere
Materiaal: populieren, schelpen, beton, graniet
Afmetingen: twee delen, beide 150 x 75 meter
Opdracht: Gemeente Almere, 1987. Met dank aan de Mondriaan Stichting, Provincie Flevoland, Rijkswaterstaat directie IJsselmeergebied
De Groene Kathedraal is in eigendom en beheer van Gemeente Almere. Het groenbeheer wordt uitgevoerd door de Tomin Groep. Het omliggende terrein is van Staatsbosbeheer.

Bekijk hieronder de documentaire over Marinus Boezem in de reeks Hollandse Meesters:

Noten:
(1) Edna van Duyn, Immateriële Architectuur. De Groene Kathedraal van Marinus Boezem, p.30, in: Antoinette Andriesse & Lia Gieling, (red,.), (1999), Landschapskunst in Almere, Museum De Paviljoens.
(2) ibid, p.30
(3) Marinus Boezem in interview met Jaap Evert Abrahamsen, p.11, in: Martine Spanjers & Annick Kleizen (red.), (2007), De Collectie Flevoland, Museum De Paviljoens.
(4) Edna van Duyn, Immateriële Architectuur. De Groene Kathedraal van Marinus Boezem, p.30 in: Antoinette Andriesse & Lia Gieling, (red.), (1999), Landschapskunst in Almere, Museum De Paviljoens.
(5) Een volledig overzicht van het werk van Marinus Boezem is te vinden in de publicatie Boezem (1999), Edna van Duyn & Franzjosef Witteveen.