Antony Gormley: Exposure (2010)

Exposure (2010), Antony Gormley. Foto: Allard Bovenberg
Exposure (2010), Antony Gormley. Foto: Allard Bovenberg

Ambassadeur Xavier Hufkens
Meer lezen en zien

Balancerend op de grens van land en water kijkt een 26 meter hoge gehurkte man uit over het Markermeer. Antony Gormley raakte gefascineerd door de maakbaarheid van de nieuwe polder en liet zich voor dit gigantische kunstwerk inspireren door het maagdelijke landschap. Rijdend door de polder ontdekte hij een landschap met een ritmiek van rechte lijnen van kanalen, akkers en windmolens. De hoogspanningsmasten die als een zenuwstelsel in Flevoland liggen, liet hij in Exposure terugkomen.

Al van veraf is het kunstwerk te herkennen als een transparante menselijke vorm. Hoe dichter bij je komt, hoe abstracter en indrukwekkender dit complexe staaltje ingenieurskunde wordt. Gormley neemt vaak de menselijke vorm als uitgangspunt. Meestal gebruikt hij daarbij zijn eigen lichaam als voorbeeld.

Bereikbaarheid:

Ambassadeur Xavier Hufkens

Xavier Hufkens. Foto: Sjoerd van Leeuwen
Xavier Hufkens. Foto: Sjoerd van Leeuwen

Galerist Xavier Hufkens uit Brussel werkt al dertig jaar samen met Antony Gormley. Samen hebben ze in 2010 Exposure tot stand gebracht.

“Onze samenwerking begon toen ik tweeëntwintig was en Antony Gormley tweeëndertig. Ik heb hem toen uitgenodigd om een eerste tentoonstelling te maken in Brussel. Sindsdien heeft hij zeven tentoonstellingen gemaakt in de galerie. Het is Antony geweest die mij heeft enthousiast gecontacteerd in verband met Exposure met de wens om dit uitzonderlijke project in de publieke ruimte te realiseren.

Exposure was technisch gezien geen eenvoudig project. De sculptuur is vervaardigd uit de metalen structuren van de elektriciteitspalen die in je Flevoland kan vinden, en ontworpen door ingenieurs verbonden aan de universiteit van Cambridge. De verankering van de sculptuur, die 25 meter hoog is, was een complexe zaak wegens het winderige klimaat en het vlakke landschap.

Ondanks en dankzij de complexiteit van het project, vind ik het interessant dat deze uitzonderlijke sculptuur in dit bijzondere landschap is komen te staan. Het werk gaat over de mens, en is geïnstalleerd op een plek die door de mens is gewonnen op de natuur en de zee. De mensheid heeft in Flevoland immers zijn grenzen verlegd door grond te winnen op het water.

Zoals dat in het werk van Antony Gormley veelal het geval is, heeft de kunstenaar de sculptuur gemodelleerd op zijn eigen lichaam. Ik heb Antony wel eens gevraagd waarom hij steeds weer zijn lichaam als vertrekpunt neemt. Voor hem is zijn lichaam een ideaal onderwerp, omdat hij het altijd bij zich heeft. Liever dan een staande, zittende of liggende figuur vond Antony een hurkende figuur een geschikte keuze voor het landschap van Flevoland.

Voor mij gaat de betekenis van het werk over de relatie tussen het individu en de kosmos. Het beeld is transparant, maar als je ernaast staat voel je je heel klein. Van veraf gezien is het een mensfiguur en van dichtbij is het een netwerk. Die spanning maakt het erg hedendaags, want de wereld is vandaag op een bepaalde manier een kleine plek geworden. Het werk heeft een enorme visuele impact en het is indrukwekkend hoe Antony al deze complexe ideeën op zo’n essentiële manier in beeld heeft gebracht.

Sinds zijn inhuldiging enkele jaren geleden, is het werk zijn eigen leven gaan leiden. De hurkende figuur is een soort medebewoner van de streek geworden. Het werk is ook een beetje de Eiffeltoren van Flevoland. Natuurlijk is het een complex artistiek project, maar tegelijkertijd is het ook een dagelijkse aanwezigheid en een signaal in het landschap geworden. Ik zie Exposure als een waardevolle toevoeging aan het landschap en leven in Flevoland.”

Meer lezen en zien

Exposure (detail, 2010), Antony Gormley. Foto: Allard Bovenberg
Exposure (detail, 2010), Antony Gormley. Foto: Allard Bovenberg

Balancerend op de grens van land en water kijkt een 26 meter hoge gehurkte man vanaf de strekdam in Lelystad uit over het Markermeer. In het open landschap is dit menselijke figuur een landmark in de Flevopolder. Met Exposure maakte de Britse kunstenaar Antony Gormley (Hampstead, Groot-Brittannië, 1950) het zesde Land Art project in Flevoland sinds de realisatie van Observatorium van Robert Morris in 1977.

Gefascineerd door de maakbaarheid van de nieuwe polder liet Gormley zich voor dit gigantische kunstwerk inspireren door het maagdelijke landschap. Iets te kunnen scheppen zonder verwijzingen naar de historie van de locatie maakt Flevoland voor hem een bijzondere plek. (1) Rijdend door de polder ontdekte Gormley een landschap met een ritmiek van rechte lijnen van kanalen, akkers en windmolens. De hoogspanningsmasten die als zenuwstelsel in Flevoland liggen, vormden de inspiratiebron voor Exposure. (2) Vanuit deze stalen skeletten creëerde hij een open structuur voor zijn sculptuur van de hurkende man. Bij zonnig weer reflecteert de blauwe lucht in de stalen staven en bij zonsopkomst en -ondergang wordt het beeld een donker silhouet tegen de oplichtende horizon.

De complexe constructie van bijna tweeduizend unieke stalen elementen is alleen mogelijk door de ontwikkelingen van de hedendaagse computertechnologie. (3) Net als de drooglegging van de voormalige Zuiderzee en de creatie van de polder is Exposure het product van een constante discussie tussen ontwerp en techniek. De ingenieurs hielden rekening met de omvang van het kunstwerk, de Flevolandse weersomstansdigheden én de wensen van de kunstenaar. Gormley zag het als een uitdaging een kunstwerk te creëren dat van afstand als duidelijke vorm te definiëren is maar tegelijkertijd lokt als bestemming. Van veraf is Exposure te herkennen als een transparante menselijke vorm. Hoe dichterbij het werk komt, hoe abstracter en indrukwekkender dit complexe staaltje ingenieurskunde wordt. Exposure naderend, lijkt het zich te openen tot een wolk of een spinnenweb. Omhoog kijkend vanonder de enorme constructie zijn er slechts nog stalen kolommen zichtbaar, waar de vogels doorheen lijken te vliegen.

Binnen de Flevolands Land Art traditie is het de eerste keer dat een figuratief beeld het landschap van de polder becommentarieert zonder gebruik te maken van elementen uit de natuur. Ook de locatie van dit werk is uniek: een werk op de grens van land en water in een stedelijke omgeving.(4) Exposure kijkt uit over het Markermeer met de polder in de rug en het steeds veranderende silhouet van het stedelijke landschap van Lelystad op de achtergrond.

Antony Gormley geniet internationaal bekendheid door omvangrijke kunstprojecten in de stedelijke en landschappelijke omgeving. In 1998 maakte Gormley in het verpapuerde industriegebied Gateshead in Noord-Engeland een gigantische sculptuur in de vorm van een stalen engel: Angel of the North (1998). De industrie liep op zijn einde en de engel was bedoeld als icoon van de hernieuwde kracht van het gebied.(5) De engel kijkt vanaf de top van een heuvel uit over de vallei. Het 20 meter hoge kunstwerk met een vleugelwijdte van 54 meter is uitgeroepen tot één van de belangrijkste herkenningspunten van Engeland.

Gormley neemt vaak de meest basale kunstvorm tot uitgangspunt van zijn werk: het afbeelden van de mens. Meestal gebruik hij hiervoor zijn eigen lichaam als voorbeeld. Met zijn beelden creëert hij een bewustzijn van de plek die de mens (letterlijk) inneemt en verandert daarmee de kijk op ruimte en omgeving.

Locatie: strekdam aan het begin van de Houtribdijk (N302), Lelystad Materialen: gegalvaniseerd staal, beton Afmetingen: 26 meter hoogte Onderhoud en beheer: Gemeente Lelystad. Uitvoering onderhoud: De Kunstwacht. Eigendom van de strekdam: Rijkswaterstaat

Lees het artikel dat The Guardian publiceerde in 2010
Bekijk de aflevering van AVRO's Kunstland van 25 september 2010

Noten:
(1) Margriet van Seumeren, Een reus zonder naam, Gooi en Eemlander, 11 oktober 2008
(2) Antony Gormley, Kunstland, Avro's KunstUur, mei 2009
(3) Projectplan van Antony Gormley voor de Gemeente Lelystad, niet gepubliceerd
(4) Joost van Hezewijk in interview met Jaap Evert Abrahamse, p. 342 om: Martine Spanjers & Annick Kleizen (red), (2007), De Collectie Flevoland, Museum De Paviljoens.
(5) Ibid., p. 35